marleen leysen | home | contact | curriculum | info |



jongeren
monotypes
olie op doek
tekeningen

niet onopgemerkt gebleven
monotypes
olie op doek
tekeningen

 

Openingswoord door PEP bij tentoonstelling 't Getouw - MOL 2010

Marleen heeft me gevraagd om een kort woordje te doen bij deze opening van haar tentoonstelling. Ik ben geen expert in kunst, maar met de leefwereld van jongeren kom ik dagelijks in contact.
En dat is meteen ook het meest verrassende als ik met haar schilderijen word geconfronteerd. Het komt me allemaal zeer bekend voor. De werken grijpen aan door hun verrassende realiteit. Niet dat de werken fotorealistisch zijn. Zelfs het tegendeel is waar, door de jongeren voorop te plaatsen tegen een lege achtergrond worden ze iconen. Niet hun omgeving is van belang, maar zijzelf. Ze zijn symbolen van hun jeugd en alles wat daar voor staat.
En jeugd staat natuurlijk voor van alles en nog wat. Ze discussiëren oeverloos aan de toog over wat ze gaan doen of steken de handen uit de mouwen en steken een festival in elkaar. Ze zijn te lui om uit de zetel te komen of ze kuisen nog twee uur op na een tapshift van acht uur. Ze snappen er niks van of ze zijn je twee stappen voor. Ze drinken enkel water of ze hangen met hun kop in de wc. Alle clichés die je kunt bedenken zijn wel van toepassing op de jeugd.
Dit vind je echter niet terug in deze tekeningen. Wat je hier ziet op de kunstwerken, is de essentie. De jeugd teruggebracht tot een individu, maar toch hebben ze allemaal iets gemeenschappelijk. De figuren staan alleen maar toch heb je het gevoel dat ze tot een groter geheel behoren. Ze verschuilen zich niet achter anderen maar kijken vol trots recht vooruit. Ze hebben zelfvertrouwen en stralen dat ook uit.
Dit maakt deze werken ook zo eigentijds. De zelfverzekerdheid die van deze jeugdige individuen afstraalt, geeft ons hoop op wat nog komen moet. Ze lijken ons te zeggen: we zijn er klaar voor. We gaan de toekomst bepalen. Ik denk niet dat deze werken 50 jaar geleden hadden kunnen ontstaan. De grotere vrijheid die de jeugd gekregen heeft, de betere toegang tot kennis, de openheid, de ontspanningsmogelijkheden, dit alles heeft geleid tot een nieuwe jeugd die Marleen hier portretteert.
Die keuzes die ze hebben moeten maken en steeds elke dag opnieuw moeten maken, zorgen voor een snellere groei tot volwassenheid. Ze zijn niet meer naïef of lichtgelovig. Ze laten niet meer met hun voeten spelen. (Bij ons in het jeugdhuis is het eerder andersom en proberen ze met mijn voeten te spelen.) Ze staan er en weten het! En ook: ze zijn er gereed voor.
Marleen heeft deze werken gemaakt naar foto’s die ze trok in verschillende Europese landen. Jongeren uit Rome, Londen, Parijs of Mol. Maar ook uit steden waar ik nog nooit van gehoord heb zoals Soller, Ragusa, Almere of Bussum. Deze internationale context maakt haar werk ook zo sterk. Buiten die van Mol, kan je met geen mogelijkheid zeggen uit welk land deze jongeren komen. In tijden waar nationalisme op en neergaat, blijven deze jongeren één ding getrouw: zichzelf. Ze bewijzen dat ze onder één gemeenschappelijke noemer leven, namelijk: jeugd. Ze dragen kleren waarmee ze zich willen distantiëren. Ze nemen houdingen aan waarmee ze zich willen onderscheiden. Maar dit is een streven om hun eigen zoektocht naar hun ware ik te tonen.

PEP

----------------

Horst Folkers

De jongeren in het werk van Marleen Leysen intrigeren meteen. Ze hebben iets directs, iets sprekends. Het is meteen duidelijk dat ze ons iets toe te vertrouwen hebben, ze verstoppen zich niet achter het picturale. Het is aan de kijker te ontdekken, te zien wat deze jongeren ons te melden hebben.

Marleen Leysen heeft haar oog laten vallen op iets wat de moeite waard is om naar te kijken: de jeugd van nu, jonge individuen.
Jongeren als onderwerp van eigentijdse kunst. In de volle lengte geschilderd, vitaal weergeven, herschapen op het doek. Deze transformatie verschaft ons meer inzicht in deze jongeren. De eerste indruk is dubbel: men kan onmiddellijk reageren met: „ja inderdaad, zo zien eigentijdse jongeren eruit“. Tegelijkertijd is er iets wat het beeld lichtelijk verstoort, het is niet uitgesproken, maar toch anders dan wat men zou verwachten, iets wat om een tweede lezing vraagt. Immers, deze jongeren die zich in al hun vanzelfsprekendheid tonen, lijken tegelijkertijd wat te verbergen. Hoe zichtbaar wat verborgen wordt, daar gaat het om in deze werken.

We zien duidelijk geïndividualiseerde jongeren – we herkennen hen uit het straatbeeld – maar in schildertechnisch opzicht onderscheiden ze zich van een portret waarbij het puur om de individuele kenmerken van de geportretteerde gaat. De vluchtige penseelstreek, de duidelijke omlijning van de figuur en de lege achtergrond hebben iets abstraherends, iets anti-individueels. Met haar abstraherende toets onderzoekt Marleen Leysen het onbekende en verborgene in deze jongeren.
Dat onbekende appelleert aan het schildertechnische. Jongeren experimenteren nu immers nadrukkelijker dan vroeger met hun uiterlijk; ze gebruiken hun lichaam en kleding als speelveld voor hun levenservaring. Die bewogen experimenten worden in het beeld gevangen en van steeds nieuwe kanten belicht; alsof met het uiterlijk alles gezegd kan worden.

venetie 2005Maar de vraag die Marleen Leysen aan de jongeren stelt, de vraag die ook bij de kijker rijst, ontstijgt het visuele: Wat willen deze jongeren? Deze vraag ligt aan de basis van Leysens werk. Door die vraag te stellen neemt men de eigenheid van de jongeren serieus en tegelijkertijd vraagt men naar een opdracht die boven het individuele uitstijgt. In de jeugd viert elk volk zijn toekomst.
Hoe is het echter met de toekomst gesteld als deze jongeren, die zich zo duidelijk manifesteren, afwijkende ideeën hebben? Ideeën die niet passen in Europa’s welvarende economie en overheersende cultuur. Als ze zich, in hun verlangen zich bloot te geven, des te meer verstoppen?
Neem bijvoorbeeld de jongen met de donkere zonnebril. Het lijkt wel of juist het verbergen van zijn ogen hem het vertrouwen geeft om ons zelfbewust zijn corpulente lijf te tonen. Of neem het meisje met de minirok, té kort zou men vroeger gezegd hebben, maar Bussum 2005minirokken hebben al lang niet meer de bedoeling te verleiden. Dit meisje lijkt het gewoon leuk te vinden om hem te dragen en ze houdt zich er stevig aan vast.
Deze jongeren lijken op ongebruikelijke wijze begaan te zijn met de toekomst. Het zijn geen zwakke alternatievelingen die later sterke, keurige volwassenen worden. Ze bereiden zich nu voor op opgaven die ze nog niet kennen. Die ook de volwassenen niet kennen. Opgedane ervaringen dragen immers de vergankelijkheid in zich mee. En deze jongeren hebben een andere les te leren. We zien hoe ze reeds hun geheime toekomst ensceneren.

De jongeren die Marleen Leysen in beeld brengt, zijn noch individuen, noch abstracte types. Als individu zoeken ze naar een opgave, die voor  ons allen van belang is, maar die ze niet kunnen benoemen, net zo min als zij die hun wereld gebouwd hebben dat kunnen. Ze staan voor wie ze zijn, en voor een toekomst die hen nodig heeft. Het komt er op aan dát er jongeren zijn, ook al begrijpt niemand hen, ook zij zichzelf niet.
Zodoende hangt er een zweem van abstractie boven deze doeken. Het is het droombeeld van het nog onbekende leven dat er doorheen schemert. Deze jongeren hebben een plaatsvervangende functie en als symbool moeten ze aan individualiteit inboeten. Niet toevallig is de context waarin ze zich bevinden leeg. De jongeren staan in een lege wereld, maar het is aan hen om er inhoud aan te geven.

Met de blik op het verontrustende van de eigentijdse jeugd begint Marleen Leysen haar werken en via de schilderijen wordt de blik op de jongeren teruggekaatst. Want deze jongeren zijn sterk, zoals de beelden van Marleen Leysen. Zij geeft hun de ruimte om van object der jongerencultuur, subject van de toekomst te worden: jongeren als pioniers van een onbekende toekomst.

Freiburg, 16 november 2006

 

Jugendbilder Marleen Leysens

von Horst Folkers


Die Jugendbilder Marleen Leysens imponieren auf den ersten Blick. Sie haben etwas direktes, sprechendes. Sie trauen offenkundig ihrem Gegenstand etwas zu, verstecken sich keine Sekunde hinter dem Malerischen. Was sie zeigen, mußte zuerst entdeckt, gesehen werden. Marleen Leysen hat etwas in den Blick genommen, was sich zu sehen lohnt: die heutige Jugend, einzelne Jugendliche. In ganzer Gestalt, in vitaler Präsenz gegeben, werden sie zum Gegenstand gegenwärtiger Malerei. Die Transformation ihrer Sichtbarkeit ins Bild aber dient ihrer Erkenntnis. Der erste Eindruck ist ein doppelter: Man kann mit diesen Bildern sofort etwas anfangen und möchte sagen, ja, so sind sie, die Jugendlichen heute. Aber zugleich verstört ein wenig, was man sieht, es ist nichts Krasses, aber doch überall eine Differenz zu dem, was man erwarten könnte, die einen genaueren Blick fordert. Denn diese Jugendlichen, in der Selbstverständlichkeit, mit der sie sich zeigen, scheinen zugleich etwas zu verbergen.
Wie im Sichtbaren etwas verborgen wird, steht im Mittelpunkt der Kunst dieser Bilder. Sie zeigen deutlich individualisierte Jugendliche, man würde sich getrauen, sie auf der Straße wiederzuerkennen, dennoch unterscheiden sie sich schon im malerischen Detail von einem Porträt, das strikt der Individualität des Porträtierten gewidmet ist. Der zügige Pinselstrich, die klare Konturiertheit der Figur, der leere Hintergrund haben ein abstrahierendes, antiindividuelles Moment. Mit diesem abstrahierenden Zug der Bilder erforscht Marleen Leysen das Unbekannte und Verborgene dieser Jugendlichen. Dieses Unbekannte kommt dem Malerischen entgegen, denn Jugendliche heute experimentieren stärker im Sichtbaren als eine frühere Jugend, ihr sichtbarer Leib, ihre Kleidung ist ihnen das Feld ihrer Welterfahrung. Die Bilder fangen diese bewegten Experimente ein und beleuchten sie von immer neuen Seiten, als könnte man alles im Sichtbaren ausdrücken.
Die Frage aber, die Marleen Leysen den Jugendlichen stellt, die Frage vor die diese Bilder den Betrachter stellen, geht auf den Grund des Sichtbaren: Was wollen diese Jugendlichen? In dieser Frage hat die Kunst Marleen Leysens ihren Ausgangspunkt. Von dieser Frage her wird die Individualität der Jugendlichen ernst genommen und zugleich nach einer Aufgabe gefragt, die über jeden einzelnen hinausgeht. In der Jugend feiern alle Völker ihre eigene Zukunft. Wie ist es um die Zukunft bestellt, wenn diese Jugendlichen, bei aller Direktheit sich sehen zu lassen, etwas Schräges mitbringen, etwas, das nicht aufgehen will im Europa prosperierender Wirtschaft und überlegener Kultur? Wenn sie ihre Lust sich zu entbergen mit einer desto entschiedeneren Verborgenheit verbinden? Man sehe nur den jungen Mann mit der schwarzen Brille, fast scheint es, als habe die Zuversicht seiner beginnenden Leibesfülle in dieser Verborgenheit seiner Augen ihren Grund. Oder man sieht den Rock eines Mädchens, den man früher zu kurz genannt hätte, weil er nicht das Ziel hat, zu verführen. Aber ihr gelingt es, sich an ihm festzuhalten. Man meint an diesen Jugendlichen einen ungewohnten Zukunftsbezug wahrzunehmen. Sie sind keine Halbstarken, die später stark werden, keine jungen Erwachsenen, die auch einmal erwachsen werden. Sie bereiten sich vielmehr heute auf Aufgaben vor, die sie nicht kennen, die aber auch die Erwachsenen nicht kennen. Denn die vorhandenen Erfahrungen haben das Vergangene zum Inhalt. Was aber die Jugendlichen werden zu bewältigen haben, sind andere Dinge. Wir sehen sie, wie sie ihre verborgene Zukunft inszenieren.
Die Jugendlichen, die Marleen Leysen ins Bild setzt, sind weder Individuen, noch sind sie abstrakte Typen. Als Einzelne suchen sie eine Aufgabe, die alle angeht, die sie so wenig kennen wie die, die ihnen ihre Welt gebaut haben. Sie stehen für sich und sie stehen für eine Zukunft, in der sie gebraucht werden, in der es darauf ankommt, daß es heute Jugendliche gibt, die niemand versteht, auch sie sich selber nicht. Deswegen hängt der Hauch der Abstraktion über diesen Bildern, er ist der Schimmer einer Utopie des unbekannten Lebens. Stellvertretend stehen diese Jugendlichen auf dem Plan, das nimmt ihnen ein Stück ihrer Individualität. Und nicht zufällig ist der Kontext, auf den sie sich beziehen leer. Zweimal sehen wir eine Gruppe, da ist eine Bank, ein Motorrad. Es kommt nicht darauf an, die Jugendlichen stehen in einer leeren Welt, aber sie werden es sein, die ihr den Inhalt geben.
Mit dem Blick auf das Irritierende heutiger Jugendlicher beginnt Marleen Leysen ihre Bilder, auf ihn führen sie zurück. Denn diese Jugendlichen sind stark, wie die Bilder Marleen Leysens, die ihnen den Spielraum gibt, vom Objekt der Jugendkultur zum Subjekt der Zukunft zu werden. Sie zeigen die Jugendlichen als Pioniere des Unbekannten der Zukunft.


Freiburg, den 16. 11. 2006


  De jongeren in het werk van Marleen Leysen